ZORGTHERMOMETER 2016

10 jaar Zorgverzekeringswet

Op 1 januari 2006 is de Zorgverzekeringswet (Zvw) ingevoerd, als opvolger van de Ziekenfondswet. Vanaf dat moment kennen we een basiszorgverzekering voor alle Nederlanders en is het onderscheid tussen particulier en ziekenfonds vervallen. Inmiddels bestaat de Zwv tien jaar. Een goed moment om terug te kijken. Wat is er in tien jaar tijd veranderd voor iedereen die met de zorg te maken heeft? In die tien jaar zijn er verschillende beelden ontstaan over de Zvw. Zijn de aannames die gedaan worden juist? Wij zetten de feiten voor u op een rij.

In deze Zorgthermometer vindt u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen sinds 2006 en vindt u de feiten bij verschillende thema’s. Door met de muis over de figuren te gaan vindt u de details bij de figuren. Ook leggen we een aantal stellingen aan u voor. De informatie uit deze Zorgthermometer is gebaseerd op alle declaraties over de afgelopen tien jaar.

Vektis brengt regelmatig de Zorgthermometer uit, waarin we inzoomen op de beweging van verzekerden tijdens de jaarwisseling of een actueel thema belichten. Voor deze speciale editie hebben we de Zorgthermometer vernieuwd naar een digitale uitgave.

10 jaar Zorgverzekeringswet

De Zvw is continu aan veranderingen onderhevig. Zo zijn er bijna elk jaar aanpassingen doorgevoerd door bepaalde onderdelen uit de basisverzekering van de Zvw te halen, of juist toe te voegen. De belangrijkste veranderingen per jaar staan in de onderstaande tijdslijn weergegeven. Door op de pijltjes naar links of rechts te klikken ziet u wat de veranderingen zijn voor dat jaar.

2006 :
  • Invoering Zvw.

2007 :
  • Geen grote wijzigingen in de basisverzekering.

2008 :
  • Overheveling curatieve GGZ vanuit de AWBZ (circa 3,7 miljard euro).

  • Invoering DBC's binnen de GGZ.

  • Invoering praktijkondersteuner huisartsenzorg GGZ (POH-GGZ) binnen de huisartsenzorg.

  • Invoering verplicht eigen risico (150 euro) als vervanging van de no-claimregeling (255 euro per jaar).

  • Uitbreiding aanspraak tandheelkundige zorg voor 18 tot en met 21 jaar (verplicht eigen risico is hier niet van toepassing).

  • Preferentiebeleid farmaceutische zorg heeft voor het eerst effect.

  • Anticonceptiepil in basisverzekering.

2009 :
  • Behandeling ernstige dyslexie via GGZ in basisverzekering.

  • Slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) uit basisverzekering.

2010 :
  • Invoering ketenzorg voor diabetes, COPD (chronische longziekte), hartfalen en CVR (hart- en vaatziekten).

2011 :
  • Anticonceptiemiddelen (waaronder de pil) voor vrouwen vanaf 21 jaar uit basisverzekering.

  • Eerste 12 bezoeken fysiotherapeut voor eigen rekening (was 9).

  • Stoppen-met-rokenprogramma in basisverzekering.

  • Tandheelkundige zorg voor jeugdigen (18 tot 21 jaar) uit basisverzekering.

  • Eenvoudige mobiliteitshulpmiddelen (rollator, krukken en dergelijke) uit basisverzekering.

2012 :
  • Overgang van budget- naar prestatiebekostiging binnen ziekenhuiszorg.

  • Overheveling TNF-alfaremmers van farmacie naar ziekenhuiszorg.

  • Stoppen-met-rokenprogramma uit basisverzekering.

  • Maagzuurremmers alleen vergoed bij chronisch gebruik.

  • Aantal vergoede zittingen eerstelijns psychologie van 8 naar 5.

  • Eigen bijdrage eerstelijns psychologie van 10 euro naar 20 euro.

  • Invoering no-showtariefconsult binnen GGZ.

  • Invoering eigenbijdrageregeling in de tweedelijns GGZ.

  • Invoering vrije tarieven in de mondzorg (liberalisering).

  • Eerste 20 bezoeken fysiotherapeut voor eigen rekening (was 12).

  • Dieetadvisering (paramedie) uit basisverzekering.

2013 :
  • Overheveling geriatrische revalidatiezorg van AWBZ naar ziekenhuiszorg (circa 750 miljoen euro).

  • Overheveling van een deel van de oncolytica en groeihormonen van farmacie naar ziekenhuiszorg (circa 215 miljoen euro).

  • Invoering eigen bijdrage van 25% op hoortoestellen (hulpmiddelenzorg).

  • Uitleenhulpmiddelen van AWBZ naar hulpmiddelenzorg.

  • Afschaffing vrije tarieven mondzorg (liberalisering, ingevoerd per 2012) en herinvoering product- en prijsstructuur.

  • Dieetadvisering (paramedie) weer in pakket (een jaar eerder uit pakket gegaan).

  • Eigenbijdrageregeling in de tweedelijns GGZ weer afgeschaft (een jaar eerder ingevoerd).

  • Overgang van budget- naar prestatiebekostiging binnen de GGZ.

2014 :
  • Overheveling fertiliteitshormonen van farmacie naar ziekenhuiszorg.

  • Invoering generalistische basis GGZ als vervanging van onder meer de eerstelijns psychologische zorg.

  • Afschaffing eigen bijdrage eerstelijns psychologische zorg (hangt samen met het voorgaande punt).

2015 :
  • Aanpassingen in het kader van herziening langdurige zorg:

  • Overheveling van verpleging en verzorging (wijkverpleging) van AWBZ naar Zvw (circa 3 miljard euro).

  • Overheveling van de jeugd-GGZ van de Zwv naar de gemeenten (circa 950 miljoen euro).

  • Overheveling extramurale behandeling zintuiglijk gehandicapten van AWBZ naar Zwv (circa 170 miljoen euro).

  • Overheveling tweede en derde jaar tweedelijns GGZ naar Zwv (circa 300 miljoen euro).

  • Overheveling eerstelijns kortdurend verblijf van AWBZ naar Zwv (circa 100 miljoen euro).

  • Einde van de AWBZ, invoering Wlz.

  • Verkorting maximale looptijd DBC-zorgproducten van 365 naar 120 dagen.

  • Beperkte overheveling van nog niet overgehevelde oncolytica (van farmacie naar ziekenhuiszorg).

2016 :
  • Geen grote wijzigingen in de basisverzekering.

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016

Wat weet u over de Zorgverzekeringswet?

Is het beeld dat u heeft van de Zvw juist? Wat weet u over de ontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar? Test uw eigen kennis en bekijk de feiten.

Hieronder vindt u 10 stellingen. Klik op het vinkje of het kruisje als u denkt dat de stelling waar of niet waar is. Meer toelichting over het antwoord vindt u na het beantwoorden van de vraag onder de informatiebutton.

  • Stelling 1: Verzekerden kunnen kiezen uit steeds meer polissen voor de basisverzekering.

    Dit is waar, maar in 2016 is het aantal polissen sterk afgenomen ten opzichte van 2015.

    Meer informatie
  • Stelling 2: Verzekerden kunnen jaarlijks overstappen naar een andere zorgverzekeraar. Het aantal mensen dat jaarlijks overstapt naar een nieuwe zorgverzekeraar is de afgelopen 10 jaar zeer constant.

    Dit is niet waar. Met de invoering van de Zvw is 19% overgestapt. Daarna zijn de verzekerden vrij trouw aan de zorgverzekeraars gebleken. Jaarlijks stapt circa 6% over, maar tussen de jaren zijn er wel verschillen. In de jaarovergang 2007-2008 stapte 3,8% van de verzekerden over. In de jaarovergang 2012-2013 was dat 7,2% van de verzekerden.

    Meer informatie
  • Stelling 3: De grote zorgverzekeraars zijn de afgelopen 10 jaar groter geworden.

    Dat is waar, want er is de afgelopen 10 jaar een aantal fusies geweest, waardoor de grote concerns groter zijn geworden. Wanneer we separaat van de fusies kijken naar de ontwikkeling van het aantal verzekerden per concern, dan zien we dat met name de kleinere zorgverzekeraars zijn gegroeid van 9% van de verzekerden naar 11,5% van de verzekerden.

    Meer informatie
  • Stelling 4: Tussen 2006 en 2016 is de dekking van de basisverzekering breder geworden.

    Dit is waar. In de periode 2006-2016 zijn de zorgkosten binnen de Zvw gestegen van ruim 25 miljard euro in 2006 naar ruim 41 miljard euro (geraamd) in 2016. Dit heeft deels te maken met een aantal grote uitbreidingen van de dekking in de basisverzekering, zoals de GGZ in 2008, de geriatrische revalidatiezorg in 2013 en de wijkverpleging in 2015.

    Meer informatie
  • Stelling 5: Een verzekerde is sinds de invoering van de Zvw in 2006 meer premie en eigen risico gaan betalen.

    Dit is waar. In 2006 betaalde een verzekerde gemiddeld 1.163 euro zelf, terwijl de verzekerde in 2016 1.479 euro zelf betaalt aan eigen risico en premie. Dit is een stijging van ongeveer 27% in 10 jaar tijd. De zorgkosten zijn in dezelfde periode ook gestegen, namelijk met ongeveer 64%, mede als gevolg van overheveling van zorg uit andere wettelijke kaders.

    Naast de eigen betalingen van de verzekerde, draagt ook de werkgever gemiddeld 1.590 euro af aan de Belastingdienst.

    Meer informatie
  • Stelling 6: Het aantal mensen met een chronische aandoening is de afgelopen jaren niet toegenomen.

    Dit is niet waar. Het aantal mensen dat medicijnen gebruikt als gevolg van een chronische aandoening is de afgelopen 10 jaar toegenomen. Dit wijst erop dat het aantal chronisch zieken in Nederland ten opzichte van 2006 is gestegen.

    Meer informatie
  • Stelling 7: Tussen 2006 en 2016 worden steeds minder merkgeneesmiddelen en dus meer generieke geneesmiddelen voorgeschreven.

    Dit is waar. In 2008 was 55% van de voorgeschreven geneesmiddelen generiek, in 2015 is dit percentage gestegen naar ruim 70%.

    Meer informatie
  • Stelling 8: In het zorgverzekeringsstelsel is geen sprake meer van solidariteit tussen gezonde en zieke mensen.

    Dat is niet waar. Er is sprake van solidariteit tussen gezonde en zieke mensen. Het percentage verzekerden dat verantwoordelijk is voor het grootste deel van de zorgkosten is de afgelopen 10 jaar nauwelijks gewijzigd. 18% van de verzekerden is verantwoordelijk voor het grootste deel van de zorgkosten. Alle verzekerden betalen voor deze zorgkosten.

    Meer informatie

Zorgverzekeringen en polissen

Hoeveel keuze hebben verzekerden gehad ten aanzien van hun zorgverzekering? Hoe zag de beweging van verzekerden tussen zorgverzekeraars eruit en wat was de marktverdeling tussen zorgverzekeraars? Hier ziet u de ontwikkelingen voor 10 jaar Zorgverzekeringswet.

Door met de muis over de figuren te gaan vindt u de details bij de figuren.

Keuzeaanbod polissen en zorgverzekeraars

In deze figuur ziet u het aantal polissen waaruit verzekerden binnen de Zvw konden kiezen vanaf 2006. De stijging vanaf 2013 is voornamelijk veroorzaakt door de opkomst van polissen met selectief aanbod.

De onderste lijn toont de ontwikkeling van het aantal zorgverzekeraars dat de Zvw uitvoert (risicodragers).

Lees meer

Percentage verzekerden dat per 1 januari van zorgverzekeraar verandert per jaar

In de Zvw is vastgelegd dat verzekerden jaarlijks per 1 januari van zorgverzekeraar kunnen veranderen. In deze figuur ziet u de ontwikkeling van het percentage verzekerden dat jaarlijks van zorgverzekering veranderde in de afgelopen 10 jaar. Wat opvalt is de piek bij de overgang van 2005 naar 2006. Deze piek is veroorzaakt door de overgang naar de nieuwe Zvw, waardoor eenmalig relatief veel verzekerden van zorgverzekeraar veranderden.

De laatste jaren verandert elk jaar ruim een miljoen verzekerden van zorgverzekeraar. Van alle verzekerden die in 2006 verzekerd waren, is ongeveer 2/3 in 2016 verzekerd bij dezelfde zorgverzekeraar.

Lees meer

Overstapfrequenties 2006-2016 van verzekerden die minimaal een keer van zorgverzekeraar zijn veranderd

Ongeveer een derde van de zorgverzekerden die in 2006 verzekerd waren, is sinds 2006 minimaal een keer van zorgverzekeraar veranderd. In het diagram ziet u van deze groep verzekerden hoe vaak ze in deze periode zijn overgestapt. De verzekerden die in deze periode een keer zijn gewisseld zijn in de meerderheid.

Lees meer

Ontwikkeling marktaandelen zorgverzekeraars 1

Het marktaandeel is gebaseerd op het aantal verzekerden dat een zorgverzekeraar in een jaar heeft, afgezet tegen het totaal aantal verzekerden in Nederland. In de linkerfiguur staat de ontwikkeling van de vier grote concerns, in de rechterfiguur de ontwikkeling van het marktaandeel van de vijf kleinere zorgverzekeraars. Over de periode 2006-2016 is het totale marktaandeel van de vier grote concerns afgenomen, terwijl het gezamenlijke marktaandeel van de kleinere zorgverzekeraars is toegenomen (van 8,9% naar 11,5%).

Lees meer

Ontwikkeling marktaandelen zorgverzekeraars 2

Het marktaandeel is gebaseerd op het aantal verzekerden dat een zorgverzekeraar in een jaar heeft, afgezet tegen het totaal aantal verzekerden in Nederland. In de linkerfiguur staat de ontwikkeling van de vier grote concerns, in de rechterfiguur de ontwikkeling van het marktaandeel van de vijf kleinere zorgverzekeraars. Over de periode 2006-2016 is het totale marktaandeel van de vier grote concerns afgenomen, terwijl het gezamenlijke marktaandeel van de kleinere zorgverzekeraars is toegenomen (van 8,9% naar 11,5%).

Lees meer

Zorgkosten en bijdragen

Hoe hebben de zorgkosten zich binnen de Zvw ontwikkeld in de jaren 2006- 2016? En zijn verzekerden zelf meer gaan bijdragen sinds 2006? Vragen die we hier voor u beantwoorden. Daarnaast krijgt u ook inzicht in de solidariteit tussen ziek en gezond binnen de Zvw.

Door met de muis over de figuren te gaan vindt u de details bij de figuren.

Macrozorgkosten vergoed binnen de Zvw (in miljoenen euro’s)

In de periode 2006-2016 zijn de zorgkosten binnen de Zvw gestegen van ruim 25 miljard euro in 2006 naar ruim 41 miljard euro (geraamd) in 2016. Daarbij is het belangrijk om te weten dat er in deze periode een aantal grote uitbreidingen van de dekking in de basisverzekering heeft plaatsgevonden. Het effect daarvan is in deze figuur met name zichtbaar in 2008 (geneeskundige GGZ eerste jaar in basisverzekering), 2013 (geriatrische revalidatiezorg in basisverzekering) en 2015 (wijkverpleging en geneeskundige GGZ tweede en derde jaar in basisverzekering, jeugd GGZ uit de basisverzekering).

Bij deze figuur is geen rekening gehouden met de zorgkosten die onder het verplicht eigen risico door verzekerden zelf worden betaald.

Lees meer

Macrozorgkosten vergoed binnen de Zvw naar zorgsoort (in miljoenen euro’s)

In deze figuur ziet u de ontwikkeling van de totale zorgkosten naar zorgsoort. Bij de zorgsoort GGZ begint de lijn in 2008 aangezien op dat moment de curatieve GGZ werd opgenomen in de basisverzekering. De opvallende stijging bij de lijn ‘overig’ vanaf 2015 is veroorzaakt doordat op dat moment wijkverpleging werd opgenomen in de basisverzekering.

De stijging bij MSZ vanaf 2013 is veroorzaakt door de overheveling van geriatrische revalidatiezorg van AWBZ naar Zvw. Daarnaast kan een deel van de stijging bij deze zorgsoort worden verklaard doordat er door de jaren heen verschillende groepen medicijnen zijn overgeheveld van de zorgsoort farmacie (hier begrepen onder ‘overig’) naar MSZ. Tevens zijn er met name vanaf 2011 diverse herijkingen van tarieven doorgevoerd die effect hebben op de ontwikkeling van de kosten.

Lees meer

Hoeveel geeft een volwassen verzekerde gemiddeld uit aan de nominale zorgpremie en het verplicht eigen risico?

In deze figuur ziet u de ontwikkeling van de kosten die een volwassen verzekerde zelf betaalt aan Zvw-premie en verplicht eigen risico. Het betreft de gemiddelde nominale jaarpremie die elke verzekerde van 18 jaar en ouder aan de zorgverzekeraar betaalt en het gemiddelde bedrag dat elke volwassen verzekerde op jaarbasis betaalt aan verplicht eigen risico. Tot 2008 was er sprake van een no-claimregeling, in 2008 werd deze vervangen door een verplicht eigen risico. We gaan in deze figuur uit van volwassen verzekerden (ook wel premieplichtige verzekerden genoemd) aangezien kinderen geen premie betalen en ook geen eigen risico verschuldigd zijn. In 2016 zijn er ongeveer 13,5 miljoen premieplichtige verzekerden op een totaal van bijna 17 miljoen verzekerden.

Lees meer

Hoeveel procent van de verzekerden maakt 80% van de zorgkosten?

Een belangrijk element binnen ons zorgstelsel is solidariteit. Iedereen betaalt mee aan de zorgkosten van diegenen die ziek zijn of een ongeval krijgen. Er is een relatief beperkte groep verzekerden die jaarlijks voor hoge zorgkosten komt te staan. In de figuur ziet u de ontwikkeling van het aandeel op het totaal van de groep verzekerden die 80% van de totale zorgkosten binnen de Zvw maakt.

Lees meer

Hoeveel procent van de verzekerden naar leeftijdscategorie maakt 80% van de zorgkosten?

Over de periode 2006 tot en met 2014 ziet u in deze figuur hoe per leeftijdscategorie (opgedeeld in 5 categorieën) het aandeel van de verzekerden met de hoogste kosten zich ontwikkelt. Daarbij is per leeftijdsgroep per jaar dat deel bepaald dat verantwoordelijk is voor 80% van de zorgkosten in deze leeftijdscategorie. Deze figuur houdt op bij 2014. Dat komt doordat voor de recentere jaren nog niet alle zorgkosten gedeclareerd zijn, waardoor er voor deze jaren een onvolledig beeld ontstaat.

Een andere opvallende ontwikkeling is de daling in 2008 bij de groepen verzekerden van 0-17 en 18-44 jaar die verantwoordelijk zijn voor 80% van de zorgkosten. Dit is het gevolg van de overheveling van de GGZ naar de basisverzekering.
Tenslotte zijn er in de loop van de jaren onder andere in het kader van herijkingen diverse tariefaanpassingen doorgevoerd. Deze werken in meer of mindere mate door in deze figuur.

Lees meer

Kostenaandeel per leeftijdscategorie van de verzekerden die 80% van de kosten maken

In deze figuur maken we inzichtelijk wat het kostenaandeel is naar leeftijdscategorie van alle verzekerden die 80% van de zorgkosten maken. Zo wordt in 2014 ongeveer een derde van de kosten van de groep verzekerden die 80% van de zorgkosten maakt, binnen de leeftijdscategorie 65-84 gemaakt. Het aandeel in de zorgkosten van de leeftijdscategorie 0-17 ligt in dat jaar rond 10%

Lees meer

Ontwikkeling van de kosten van de verzekerden met de hoogste zorgkosten

Indien we per jaar de verzekerden met de hoogste zorgkosten op een rij zetten, dan levert dat het beeld op dat u in deze figuur ziet. Daarbij zijn de verzekerden verdeeld in vier groepen: de 10, 100, 1.000 en 10.000 verzekerden met de hoogste kosten. Van deze verzekerden is per jaar het gemiddelde bedrag aan zorgkosten weergegeven.
Enerzijds is zichtbaar dat er bijna elk jaar verzekerden zijn die meer dan een miljoen euro aan zorgkosten maken. De extreem hoge kosten van deze verzekerden worden opgevangen binnen ons zorgstelsel. Anderzijds is zichtbaar dat er elk jaar een groep van 10.000 verzekerden is die gemiddeld meer dan 100.000 euro per jaar aan zorgkosten maken en dat dit gemiddelde toeneemt.

Lees meer

Ontwikkeling zorgkosten Zvw in het laatste levensjaar

In deze figuur ziet u hoe de kosten van het laatste levensjaar (het jaar waarin een verzekerde is overleden) zich binnen de Zvw hebben ontwikkeld vanaf 2006. Daarbij is onderscheid gemaakt naar een vijftal leeftijdscategorieën.

Wat we in deze figuur zien is dat de kosten in het laatste levensjaar voor de groep 18-84 met ongeveer een derde zijn toegenomen sinds 2006. Voor de leeftijdscategorie 85 jaar en ouder is de kostenstijging beperkter met een kleine 20% en bij de kinderen (0-17) is een sterke stijging te zien vanaf 2012. Deze stijging wordt onder andere veroorzaakt door tariefaanpassingen binnen de MSZ.

Lees meer

Zorggebruik

Aandeel verzekerden dat zorgkosten heeft (patiënten*) en naar zorgsoort

In de loop van de jaren is het aandeel van de verzekerden dat zorgkosten heeft redelijk constant gebleven. Als we kijken naar alle zorgsoorten samen dan heeft ieder jaar ongeveer 88% van de verzekerden zorgkosten binnen de Zorgverzekeringswet. In de figuur wordt dit aangeduid met ‘Patiënt’. De hoogte van dit percentage wordt in belangrijke mate bepaald door de kosten van geneesmiddelen. Het overgrote deel van de verzekerden heeft jaarlijks farmaciekosten, in deze figuur meegenomen bij de overige kosten. Bij deze analyse zijn de abonnementstarieven voor huisartsenzorg buiten beschouwing gelaten. De huisarts krijgt namelijk voor elke verzekerde die staat ingeschreven bij de huisarts een vergoeding. Nagenoeg alle verzekerden staan ingeschreven bij een huisarts en hebben hiervoor dus jaarlijks kosten. Dit is onder meer terug te zien bij de zorgsoort ‘huisarts’. Indien hier niet was geschoond voor abonnementstarieven, dan zou de score hier hoger liggen. Hetzelfde geldt dan ook voor ‘Patiënt’.

*Een patiënt is een verzekerde die in het jaar kosten binnen de Zvw heeft gemaakt.

Lees meer

Ontwikkeling gebruik van eerstelijnszorg en tweedelijnszorg

In deze figuur ziet u waar de zorg wordt geleverd, in de eerste lijn of in de tweede lijn. Bij eerstelijnszorg gaat het om zorg waarvan mensen gebruik kunnen maken zonder verwijzing. We spreken van tweedelijnszorg indien het zorg betreft waarvoor een verwijzing noodzakelijk is. Bij de eerstelijnszorg is het aantal verzekerden dat alleen in de eerste lijn is behandeld of dat in de eerste en de tweede lijn is behandeld afgezet tegen het totaal aantal verzekerden.

Bij de tweedelijnszorg gaat het om de verzekerden die alleen in de tweede lijn of in de eerste en de tweede lijn zijn behandeld afgezet tegen het totaal aantal verzekerden. Verzekerden kunnen dus in beide lijnen voorkomen (indien ze in de eerste en de tweede lijn zijn behandeld).

Lees meer

Hoe heeft het zorggebruik zich binnen de Zvw ontwikkeld? Zijn de kosten van geneesmiddelen toegenomen? Hoe ziet de verhouding tussen eerstelijnszorg en tweedelijnszorg eruit? Het antwoord op deze en andere vragen vindt u hier.

Door met de muis over de figuren te gaan vindt u de details bij de figuren.

De meeste figuren binnen dit thema eindigen bij het jaar 2014. De reden hiervoor is dat van de meest recente jaren nog niet alle declaratiegegevens binnen zijn. We hebben deze declaratiegegevens nodig om een compleet beeld te kunnen geven van deze jaren.

Kostenontwikkeling geneesmiddelen (in miljoenen euro)

In deze figuur ziet u dat de kosten van de generieke middelen zijn toegenomen en de kosten van specialités in de laatste jaren zijn afgenomen. Deze daling werkt sterker door in de totale farmaciekosten dan de stijging bij de generieke geneesmiddelen, waardoor de totale farmaciekosten vanaf 2012 een dalende lijn laten zien.

Dit komt onder meer door het beleid dat de zorgverzekeraars de afgelopen jaren hebben gevoerd. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren ook diverse (groepen van) geneesmiddelen overgeheveld van extramuraal naar intramuraal. Deze middelen zijn overgegaan van farmacie naar MSZ, waardoor de kosten van geneesmiddelen binnen farmacie zijn gedaald. Deze kosten worden nu toegerekend aan de MSZ als add-on bij een zorgproduct.

Lees meer

Ontwikkeling aantal patiënten (in duizenden) met een of meer chronische aandoeningen op basis van medicijngebruik

In deze figuur ziet u de ontwikkeling van het aantal patiënten met een chronische aandoening. Op basis van geneesmiddelengebruik stellen we vast of een patiënt een chronische aandoening heeft, door te bepalen of de patiënt minimaal tot een farmacie kostengroep (FKG) behoort. Een FKG is een Farmacie Kosten Groep, een indicator voor chronisch gebruik van geneesmiddelen. Daarbij geldt: een FKG staat gelijk aan een chronische aandoening en meerdere FKG’s staan gelijk aan meerdere chronische aandoeningen.

Het aandeel patiënten met één chronische aandoening ligt aanmerkelijk hoger dan het aandeel met meerdere chronische aandoeningen. Daarnaast is over de beschouwde periode sprake van een toename van het aantal patiënten met één of meerdere chronische aandoeningen.

Lees meer

Geneesmiddelen: aandeel specialité en generieke middelen

Zorgverzekeraars hebben ingezet op het remmen van de groei van de kosten van geneesmiddelen. Ze stimuleren het voorschrijven van zoveel mogelijk generieke geneesmiddelen in plaats van spécialités oftewel merkgeneesmiddelen. Generieke geneesmiddelen kosten minder dan merkgeneesmiddelen maar bevatten doorgaans dezelfde werkzame stof. Door de jaren heen is het aandeel in de kosten van merkgeneesmiddelen van 45% naar 27% afgenomen.

Lees meer

Zorgaanbod


Hoe heeft het aantal instellingen binnen de MSZ zich sinds de invoering van de Zvw ontwikkeld? Is het zorgaanbod regionaal uitgebreid of juist verminderd? Bieden de ziekenhuizen in de loop van de tijd meer of juist minder specialismen aan? Hoe ontwikkelt het aantal patiënten binnen de GGZ zich als we onderscheid maken naar eerste- en tweedelijnszorg? Op deze vragen geven we binnen het thema zorgaanbod antwoord.

Door met de muis over de figuren te gaan vindt u de details bij de figuren.

Ontwikkeling aantal instellingen MSZ

In deze figuur ziet u de ontwikkeling van het aantal instellingen binnen de MSZ vanaf 2006. Het aantal ziekenhuizen laat een daling zien, doordat er in de loop van de jaren meerdere fusies hebben plaatsgevonden. Het aantal overige instellingen laat met name per 2013 een opvallende stijging zien. Dit komt vooral door de overgang van de geriatrische revalidatiezorg van de AWBZ naar de Zvw. Er is toen een flink aantal instellingen in de Zvw bijgekomen, die in eerste instantie onder de AWBZ vielen.

Bij de zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) is een aanmerkelijke daling van het aantal instellingen zichtbaar per 2012. Deze daling heeft voornamelijk een puur administratieve oorzaak, doordat vanaf dat moment meerdere locaties van instellingen zijn samengevoegd onder dezelfde administratieve declaratiecode. Hierdoor is met name ‘op papier’ het aantal instellingen vanaf 2012 behoorlijk afgenomen.

Meer informatie
Lees meer

Gemiddeld aantal specialismen per ziekenhuis

Het gemiddeld aantal specialismen per ziekenhuis is in de loop van de tijd toegenomen van 17,7 naar 20. Dit wordt deels veroorzaakt doordat sommige ziekenhuizen meer specialismen zijn gaan uitvoeren als gevolg van fusies.

Lees meer

Ontwikkeling aantal patiënten GGZ

Vanaf het jaar 2008 is de GGZ opgenomen in de Zvw. In deze figuur ziet u de ontwikkeling van het aantal patiënten vanaf dat jaar. Na een aanvankelijke jaarlijkse stijging van het aantal patiënten in de tweedelijns GGZ begint vanaf 2012 een daling en nadert het aantal patiënten het niveau van 2008.

Lees meer

Vorig versus huidig

Vorige stelsel

Onderstaande feiten hebben betrekking op het jaar 2005, tenzij anders aangegeven.

  • Drie hoofdvormen van zorgverzekeraars: ziekenfonds, privaat en publiek, waarbij de laatste twee ook wel worden samengevat onder de noemer particulier.
  • De inkomensgrens voor het onderscheid tussen ziekenfonds of particulier verzekerd bedraagt: 33.000 euro voor verzekerden jonger dan 65 jaar.
  • Er zijn 57 zorgverzekeraars, waarvan 22 ziekenfondsen, 31 privaatrechtelijk en 4 publiekrechtelijk.
  • Er zijn 3 zorgverzekeraars met meer dan een miljoen verzekerden en 18 zorgverzekeraars met minder dan 50.000 verzekerden (met name private zorgverzekeraars).
  • Er zijn ruim 10 miljoen ziekenfondsverzekerden (62%) en ruim 5,8 miljoen particulier verzekerden (36%). Het restant betreft voornamelijk onverzekerden.
  • Bij de particuliere verzekeringen werd onderscheid gemaakt in klassenverpleging; tegen een meerpremie (klassenverzekering) konden verzekerden luxere verpleging verwachten.
  • Van de ziekenfondsverzekerden heeft 92% een aanvullende verzekering.
  • Van de ziekenfondsverzekerden is ruim 16% via een collectief verzekerd. Bij de particulier verzekerden is dit 52%.
  • In de AWBZ gaat 22 miljard euro om, in de Ziekenfondswet 19,6 miljard euro en in de particuliere verzekeringen 8,6 miljard euro. Samen 50,2 miljard euro.
  • In de aanvullende verzekeringen voor ziekenfondsverzekerden gaat 1,3 miljard euro om.
  • Voor de fysiotherapeut is een verwijzing nodig van de huisarts.
  • Ziekenfondsverzekerden betalen naast een nominale ziekenfondspremie ook een inkomensafhankelijke bijdrage, die door de werkgever wordt ingehouden en afgedragen aan de Belastingdienst. De werkgever draagt daarnaast ook een gedeelte bij.
  • Particulier verzekerden hebben in 2005 een eigen risico, ziekenfondsverzekerden een no-claim.
  • Een particulier verzekerde betaalt gemiddeld in 2005 ongeveer 1.700 euro premie per jaar, inclusief toeslagen. Dit bedrag is volledig nominaal (niet inkomensafhankelijk) en er is geen sprake van een procentueel premiedeel.
  • Een ziekenfondsverzekerde betaalt gemiddeld in 2005 ongeveer 1.600 euro premie per jaar, inclusief de no-claimopslag (255 euro). Van dit bedrag is ongeveer 300 euro nominaal (de premie die de verzekerde rechtstreeks aan de zorgverzekeraar betaalt) en 1.000 euro procentuele premie (ingehouden door de werkgever).
  • In 2005 valt 10% van de kosten van de diagnose-behandelcombinaties medisch specialistische zorg (DBC’s MSZ) onder het B-segment. Dit zijn DBC’s met onderhandelbare tarieven tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder.

Huidige stelsel

Onderstaande feiten hebben betrekking op het jaar 2016, tenzij anders aangegeven.

  • Alle zorgverzekeraars voeren de Zvw uit.
  • Iedereen is verzekerd via de basisverzekering ongeacht de hoogte van het inkomen.
  • Er zijn 25 zorgverzekeraars die de Zvw uitvoeren.
  • Er zijn vier zorgverzekeraars met meer dan een miljoen verzekerden; er zijn geen zorgverzekeraars die minder dan 50.000 verzekerden hebben.
  • Er zijn 16,9 miljoen verzekerden verzekerd via de basisverzekering. In 2015 zijn er ongeveer 30.000 onverzekerden.
  • Hetzelfde basispakket geldt voor alle verzekerden.
  • Ongeveer 84% van de verzekerden heeft naast de basisverzekering een aanvullende verzekering.
  • In 2016 is 67,5% van de verzekerden via een collectief verzekerd. De overigen zijn individueel verzekerd.
  • Er gaat 41,8 miljard euro om in de Zvw en 17,9 miljard euro in de Wlz (de opvolger van de AWBZ).
  • Daarnaast gaat er 6,9 miljard euro om in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en in de Jeugdwet. Samen 66,7 miljard euro.
  • De Zvw biedt ook dekking GGZ, geriatrische revalidatiezorg en wijkverpleging (tot 2014 onderdeel van de AWBZ).
  • In de aanvullende verzekeringen gaat 3,7 miljard euro om.
  • Voor de fysiotherapeut is geen verwijzing van de huisarts nodig.
  • Elke volwassen verzekerde betaalt de nominale premie aan de zorgverzekeraar; daarnaast betaalt de werkgever een inkomensafhankelijke bijdrage, die wordt afgedragen aan de Belastingdienst.
  • Voor elke volwassen verzekerde is een verplicht eigen risico van 385 euro van toepassing.
  • Een volwassen verzekerde betaalt in 2016 gemiddeld 1.179 euro per jaar aan nominale premie. Daarnaast is er een inkomensafhankelijke bijdrage die wordt afgedragen aan de Belastingdienst. Deze is gemiddeld 1.590 euro per jaar. Voor werknemers draagt de werkgever deze af.
  • Via de zorgtoeslag ontvangen verzekerden onder een bepaalde inkomensgrens een gedeeltelijke compensatie voor de nominale premie en het verplicht eigen risico.
  • In 2016 valt 81% van de kosten van diagnose-behandelcombinaties medisch specialistische zorg (DBC’s MSZ) onder het B-segment. Dit zijn DBC’s met onderhandelbare tarieven tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder.